Hoe rijm je internationale sportevenementen met economische vooruitgang?
Geschreven op 22/07/2010 door Jelle Verdoodt — 0 reacties
Met het voorbije WK in Zuid-Afrika lijken de discussies omtrent de economische kant van grote evenementen zoals de olympische spelen en de wereldbeker voetbal weer op te laaien. Ook sportliefhebbers beginnen zich morele vragen te stellen bij het excessief inplanten van grote stadions en voorzieningen, waarbij het niet altijd even duidelijk is wat de opbrengst voor de lokale economie (en dus de gewone bevolking) is.
Vooral het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika ligt nog vers in het geheugen. Er werd heel sterk geïnvesteerd in -het moet gezegd- prachtige voetbaltempels met bijhorende spoorwegverbindingen en andere randinfrastructuur. Het is ook een mooie gedachte dat een evenement van dit formaat ervoor kan zorgen dat een land op de kaart wordt gezet en daar geloof ik ook in. Zuid-Afrika kwam zeer mooi in beeld, mij trekt het alvast aan. Ik denk wel dat er nu meer mensen geneigd zijn om Zuid-Afrika te bezoeken. Op dat vlak worden er geen windeieren gelegd. Het is wel nog maar de vraag of hier effectief een stijging zal verschijnen, en of dit voldoende is om economische vooruitgang te boeken. Ik vraag me dan ook af of er een correcte afweging is gemaakt tussen de opbrengst dat een bepaald nieuw stadion genereert en de opbrengt van een ander project waar diezelfde gelden naar toe zouden kunnen gaan. Er is namelijk nog steeds nood aan huizen, electriciteit, enzovoorts. Een voorbeeld van een stadion dat waarschijnlijk niet veel meer zal opbrengen, is het Peter Mokaba stadion in Polokwane. Momenteel hebben ze daar zelfs geen voetbalploeg!
Je hebt het misschien al gemerkt, maar België en Nederland voeren momenteel de HollandBelgium Bid om het EK voetbal in 2018 of 2022 binnen te halen. Ook hiervoor zullen er een aantal stadions moeten bijgebouwd en aangepast worden, want de regels zijn streng (stadions moeten bijvoorbeeld minstens 40000 voetballiefhebbers kunnen verwelkomen). We mogen onszelf best tot de meer welvarende landen beschouwen maar daarom moeten we niet minder aandacht besteden aan het economische aspect bij het binnenhalen van internationale sportevents . Een recente masterproef ( economische impact nieuwe voetbalstadions), uitgevoerd door studenten aan de KUL o.l.v. Stefan Kesenne, pleit voor objectief onderzoek in de vorm van een kosten-baten analyse. Uiteindelijk is het heel belangrijk dat dit onafhankelijk en bewust gebeurt, want indien de investeringen vooral publieke investeringen zijn (=overheidsgeld) betekent dit dat de modale burger mee investeert. Een goede, realistische afweging van opbrengsten en kosten is dus broodnodig, ook voor de HollandBelgium Bid.